De essentie
Het 6%-tarief is o.a. van toepassing op culturele producten. In 2009 hebben de Europese ministers van Financiën besloten dat het verlaagde btw-tarief voortaan mag worden toegepast op boeken op álle fysieke informatiedragers, en niet alleen op de papieren versie. Nederland heeft gebruik gemaakt van deze ruimte.
Vanaf 1 januari 2010 is het verlaagde btw-tarief van 6%, naast dagbladen, weekbladen, tijdschriften en andere ten minste driemaal per jaar periodiek verschijnende uitgaven in folio, tevens van kracht op ‘boeken, met inbegrip van alle andere dan papieren fysieke dragers waarop de inhoud van een boek is aangebracht' en op ‘digitale educatieve informatie die is aangebracht op fysieke dragers en (nagenoeg) uitsluitend bestemd is voor informatieoverdracht in het onderwijs’ (zie tabel I, post a30, van de Wet op de omzetbelasting).
Het verlenen van toestemming tot een exploitatiehandeling is een dienst waarop het hoge btw-tarief (19%) van toepassing is. Op elektronische diensten is eveneens het hoge btw-tarief van toepassing.
Gecombineerde producten
Voor gecombineerde producten, zoals bijvoorbeeld online diensten (hoog) bij een boek, krant of tijdschrift (laag), is niet altijd direct duidelijk welk btw-tarief van toepassing is. Dit hangt namelijk af of het toegevoegde product als een bijkomend product kan worden beschouwd of als zelfstandig product.
Soms worden goederen geleverd waarbij gratis een ander goed zonder substantiële waarde is gevoegd. Dan is het belangrijkste goed bepalend voor de omzetbelasting. Een prestatie wordt gezien als bijkomend, als deze voor de klanten geen doel op zich is. Het dient slechts als middel om de hoofdprestatie zo aantrekkelijk mogelijk te maken.
Soms maakt een meegeleverd goed een substantieel deel uit van de (totale) prijs. Dan is er geen sprake meer van een bijkomend goed maar van een zelfstandig artikel. De vergoeding dient dan te worden gesplitst. De verschillende tarieven die voor de afzonderlijke goederen gelden, dienen te worden toegepast.
Als de levering van het gecombineerde product tegen één prijs wordt aangeboden moet de vergoeding worden gesplitst op basis van de gangbare prijzen die voor elk van de producten afzonderlijk worden gevraagd.
Als de levering van het gecombineerde product niet ook afzonderlijk worden aangeboden, kan de vergoeding worden gesplitst op basis van de gemaakte kosten en de aan elk product toe te rekenen winstopslag. Bij het toerekenen van de winstopslag wordt dan tevens de verhouding van de gemaakte kosten als maatstaf gehanteerd.
Een heel duidelijke richtlijn voor de toepassing van btw op gecombineerde producten ontbreekt. Enige houvast geeft het Besluit van staatssecretaris Wijn van Financiën van 15 december 2004 en de Antwoorden van minister van der Hoeven van OCW op Kamervragen over dit Besluit.
Btw op leermiddelen
Elektronische uitgeefproducten vallen onder het hoogste btw-tarief. Dit hoge btw-tarief leidt tot kostenverhogingen voor het onderwijs. Dit is in strijd met het beleid van de overheid. Het beleid is immers gericht op de bevordering van de elektronische snelweg in ons land en de ontwikkeling van Nederland als kennisland.
De overheid beseft dat de huidige btw wetgeving niet geheel aansluit bij de snel opeenvolgende ontwikkelingen in leermiddelen. Nederland kan echter niet zelfstandig besluiten de btw-tarieven te verlagen. Uitbreiding van de huidige Nederlandse btw wetgeving vereist namelijk allereerst een unaniem Europees besluit.
In navolging van een Europees besluit in 2009, geldt sinds 1 januari 2010, wel een uitzondering voor ‘digitale educatieve informatie die is aangebracht op fysieke dragers en (nagenoeg) uitsluitend bestemd is voor informatieoverdracht in het onderwijs’.
Na overleg tussen het NUV en diverse betrokkenen van de Ministeries OCW, Financiën en de Belastingdienst werd in november 2010 een akkoord bereikt over de interpretatie van deze btw-wijziging. Met een aanvullende toelichting heeft het Directoraat-generaal Belastingdienst van het Ministerie van Financiën aangegeven op welke wijze de toepassing van het verlaagde btw-tarief moet worden afgebakend.